Korte geschiedenis van Varik
Varik wordt voor het eerst genoemd in een oorkonde uit 968-971. Keizer Otto I schonk toen een omvangrijk hof, ‘Feldrike’ genoemd, aan graaf Widergeld. In 997 komt de naam opnieuw voor als ‘Veldricke’. Het gebied kwam toen in handen van het St. Adalbertstift bij Aken. Vanaf de 11e eeuw hadden kanunniken uit Aken bezittingen en rechten in Varik.
De heerlijkheid Varik
In de middeleeuwen groeide Varik uit tot een heerlijkheid. De heer was onder meer verantwoordelijk voor orde en toezicht op wegen, dijken en waterlopen en bezat het recht op het veer naar Heerewaarden. De heerlijkheid was lange tijd in handen van de familie Van Varick en wisselde later verschillende keren van eigenaar.
De Dikke Toren
De middeleeuwse kerk van Varik was oorspronkelijk een bijkerk van Heesselt. De Dikke Toren, gebouwd rond 1300, is het bekendste overblijfsel uit deze periode. Na de Reformatie werd Varik protestants. In 1660 kreeg het dorp een eigen predikant.
Een katholiek dorp in de Betuwe
Ook de katholieke gemeenschap bleef in Varik bestaan. Vanaf ongeveer 1688 was er weer een katholieke statie, mede dankzij Frans van Dorth, heer van Varik. De huidige katholieke kerk van de HH. Petrus en Paulus werd in 1879 gebouwd naar ontwerp van architect Alfred Tepe.
Kastelen en buitenplaatsen
Naast de heerlijkheid kende Varik verschillende adellijke huizen, waaronder Huis Varik, Huis Boschstein, Huis Hondswinkel en Huis Wyenrade. Huis Varik stond aan de Waalbandijk en werd rond 1800 gesloopt. Van sommige andere huizen zijn nog sporen in het landschap terug te vinden.
Van landbouwdorp tot onderdeel van West Betuwe
De landbouw was lange tijd de belangrijkste bron van bestaan. Vooral de aardappelteelt speelde een grote rol. Van 1811 tot 1977 was Varik een zelfstandige gemeente, waartoe ook Heesselt behoorde. In 1978 werd Varik onderdeel van de gemeente Neerijnen. Sinds 2019 maakt het dorp deel uit van de gemeente West Betuwe.