Tuil
Dorp behorende tot de gemeente West Betuwe
Herkomst naam Tuil
De naam Thuli (Tuil) komt voor het eerst voor in oorkonden voor in de tiende eeuw. Toen graaf Wichman in 963 het nonnenklooster in Elten stichtte, schonk hij dit klooster verschillende van zijn bezittingen, waaronder ook Tuil. De oorkonde, waarin keizer Otto I in 970 deze giften bevestigde, noemt deze plaats als Thuli.
Wat zegt het Aardrijkskundig Woordenboek van Van der Aa over Tuil?
Bij welke gemeente hoort Tuil?
1811 - 1817 gemeente Waardenburg
1818 - 1977 gemeente Haaften
1978 - 2018 gemeente Neerijnen
2019 - heden gemeente West Betuwe
Korte geschiedenis van Tuil
De oudste vermelding van Tuil, toen nog ‘Thuli’ genoemd, dateert uit 963. Graaf Wichman schonk een deel van zijn bezittingen aan het nonnenklooster in Elten, waaronder Tuil. Keizer Otto I bevestigde deze schenking in 970.
Toch woonden er al veel eerder mensen in het gebied. Bij opgravingen zijn Romeinse scherven en inheems aardewerk gevonden. De eerste bewoning ontstond vooral op de hoger gelegen stroomruggen en oeverwallen. Vanaf de 14e eeuw werden ook delen van het lager gelegen gebied binnen de kades bewoonbaar.
Leven met de Waal
De ligging aan de Waal bracht niet alleen voordelen. Tuil werd regelmatig getroffen door dijkdoorbraken en overstromingen. Grote overstromingen in 1579, 1663, 1677 en 1809 richtten veel schade aan. Huizen stortten in, oogsten gingen verloren en inwoners trokken weg. Door dijkversterkingen en -verleggingen werd het dorp uiteindelijk beter beschermd.
De heerlijkheid en schepenbank
Tuil was vanaf de middeleeuwen een heerlijkheid. De hofstad Tuil en Nesche werd in 1312 in leen gegeven aan de graaf van Gelre. In de 18e eeuw kwam de heerlijkheid in handen van de familie Boellaard.
Vanaf 1335 was Tuil bovendien de zetel van een van de twee schepenbanken in de Tielerwaard. Vanuit Tuil werd recht gesproken voor verschillende omliggende dorpen.
De kerk van Tuil
Tuil had al vroeg een belangrijke kerkelijke functie. In 1031 wordt de parochie voor het eerst genoemd. De kerk was toen het moederhuis van omliggende dorpen, waaronder Haaften, Hellouw, Gameren en Nieuwaal. Ook later bleef Tuil een belangrijk kerkelijk centrum in de Tielerwaard.
Een dorp dat veranderde
Tuil was lange tijd een belangrijke overzetplaats naar Zaltbommel. De veerdienst vormde een belangrijke verbinding over de Waal, totdat in 1933 de verkeersbrug bij Zaltbommel werd geopend.
De aanleg van de spoorbrug in 1866 had grote gevolgen voor Tuil. Voor het bredere winterbed van de Waal moest de dijk worden verlegd. Een deel van het dorp kwam buitendijks te liggen en ongeveer de helft van Tuil werd opgekocht en afgebroken.
Ook de ruilverkaveling Tielerwaard-West, die in 1971 werd afgerond, veranderde het landschap en de landbouw ingrijpend. Veel landbouwbedrijven verdwenen uit de dorpskern. Buiten het dorp ontwikkelde zich vooral fruitteelt en glastuinbouw.
Van zelfstandige gemeente naar West Betuwe
Van 1811 tot 1817 hoorde Tuil bij de gemeente Waardenburg. Daarna werd het onderdeel van de gemeente Haaften. In 1978 ging Tuil op in de gemeente Neerijnen. Sinds 2019 maakt het dorp deel uit van de gemeente West Betuwe.
Adellijke huizen en landschap
In Tuil stonden vroeger verschillende adellijke huizen, waaronder het Huijs te Tuijl, ook bekend als Klingelenberg, Bleijenburg en Den Est. Van deze huizen zijn tegenwoordig nauwelijks nog zichtbare resten over.
Het landschap rond Tuil vertelt nog wel veel over het verleden. Oude kades, waterlopen en de vorm van de percelen laten zien waar de grond vroeger nat of juist hoger en droger was.