29 juli 2015

Diepvriesrevolutie

Een American way of life

De heersende opinie is dat de vooruitgang in de steden begint en dat pas later nieuwigheden op het platteland doordringen. Met de introductie van de diepvries in Nederland is dat juist niet het geval.

Op de gemengde boerenbedrijven van het Rivierenland was het gebruikelijk om vlees voor eigen gebruik te fokken en te (laten) slachten. Groente en fruit kwam van de eigen moestuin en boogerd. Vlees werd gezouten, groente en fruit geweckt. Dit was veel werk (vooral voor de boerin). In Amerika en de Scandinavische landen werd het diepvriezen al volop door particulieren toegepast. Behalve dat het veel minder werk met zich meebracht, bleven vitamines en smaak veel beter behouden. In 1955 begon in Cothen (provincie Utrecht) de Nederlandse 'diepvriesrevolutie'. Toon van Dijk bouwde hier de eerste particuliere diepvrieskluis van Nederland. Zijn dorpsgenoten konden een ruimte huren, hun vlees, groenten en fruit hier bewaren en wanneer ze het nodig hadden, er weer uit halen. Twee jaar later, in 1957, telde Nederland 85 diepvrieskluizen (in particulier bezit of in handen van een coöperatieve vereniging. Vier jaar later, in 1962, werden er alleen op het platteland al 700 geteld. De redacteur van het weekblad De Bommelerwaard beschrijft in het nummer van 20 maart 1956 dat in het aan de overzijde van de Waal gelegen Herwijnen plannen zijn om een 'diepvriesbox' te bouwen Suggestief eindigt het stuk met de opmerking "Wij houden wel van zulke nieuwigheden, van zulk een American way of life. Herwijnen ligt maar enkele honderden meters van de Bommelerwaard af".

Diepvrieskluizen in het Regionaal Archief Rivierenland
In de daaropvolgende jaren kwam in bijna elk dorp in het Rivierengebied wel een diepvrieskluis. Zoek in de Bommelerwaardse kranten op de website van het RAR op het trefwoord "diepvrieskluis" en je vindt talloze artikelen en advertenties. Zoals de opening in november 1957 van de diepvrieskluis van H.M. Visser in Waardenburg. Voor de bouw moest natuurlijk bij de gemeente een vergunning worden aangevraagd. Deze zijn in te zien bij het Regionaal Archief Rivierenland. De bouwvergunningen van de voormalige gemeente Zoelen zijn als proef alle gedigitaliseerd. Ook de vergunning uit 1958 voor de diepvrieskluis aan de Jeudestraat. Tot eind 2005 bleef het Zoelense diepvrieshuis in gebruik. Zeer waarschijnlijk als laatste van de tientallen die er geweest zijn in het Rivierengebied.
De Coöperatieve Diepvriesvereniging Alem, gelegen in de Bommelerwaard, verkocht in 2002 het uit 1961 daterende diepvriesgebouw. De opbrengst werd verdeeld over de leden, het archief werd overgebracht naar het Streekarchief Bommelerwaard (nu Regionaal Archief Rivierenland).

De dagelijkse praktijk
Wat hield het systeem in de praktijk in? In het geval van een coöperatieve vereniging moest men lid worden van deze club. Door de populariteit van de kluizen kon het zijn dat je eerst op een wachtlijst kwam. Het eerste jaar was de contributie het hoogst, daarna werd dit minder. Bij de Varikse coöperatieve diepvriesvereniging tot exploitatie van diepvrieskluizen 'De Vooruitgang' bedroeg de jaarlijkse contributie 70 gulden. Wilde je ook de voorvriezer gebruiken, dan betaalde je 10 gulden meer. Ieder lid had zijn eigen sleutel waarmee hij zijn gedeelte kon openen. De temperatuur lag gemiddeld tussen de -18 en -20 graden.
Het diepvriezen van vlees, groenten en fruit ging anders dan het toen gebruikelijke wecken of inzouten. Daarom werden speciale cursussen georganiseerd. De katholieke huishoudscholen en boerinnenbonden werkten vaak met het kookboek van de N.C.B. (Noordbrabantse Christelijke Boerenbond). De vrouwen in het katholieke Alem, dat tot 1958 in Noord-Brabant lag, hebben dit standaardwerk (de 30e druk uit 1998 is nog steeds verkrijgbaar) ongetwijfeld gebruikt. In de tiende druk uit 1968 wordt uitvoerig uitgelegd hoe groenten, fruit, vlees, vis en wild en gevogelte moet worden ingevroren.

SD

Reageren