Alle bestanden

Uw zoekacties: Archief van het gemeentebestuur van Beesd, 1811 - 1977
x2144 Archief van het gemeentebestuur van Beesd, 1811 - 1977
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

2144 Archief van het gemeentebestuur van Beesd, 1811 - 1977
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
Zoektips!

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

 
 
Inleiding
1.1 Geschiedenis van het orgaan
sluiten
2144 Archief van het gemeentebestuur van Beesd, 1811 - 1977
1. Inleiding
1.1 Geschiedenis van het orgaan
Tot Beesd behoren de dorpen Acquoy, Beesd en Rhenoy. Het is in 1811 samengesteld uit het vroegere ambt Beesd en Rhenoy, de in 1726 van dit ambt afgescheiden heerlijkheid Mariënwaerd en de voormalige Baronie Acquoy. In 1811 is de gemeente overigens nog Zuid-Hollands, per 1814 gingen Beesd en Rhenoy wel over naar Gelderland, Acquoy volgde pas in 1820 en werd toen ook Gelders.

Van der Aa (aardrijkskundige woordenboek der Nederlanden, 1840) zegt over Beesd onder andere dat het twee roomskathoilieke kerken heeft, drie scholen en 1900 inwoners, waarvan ruim 1200 rooms katholiek, 650 hervormden en enige evangelische lutherse leden. De inwoners vinden meest hun bestaan in de landbouw. Het dorp Beest ligt aan de Linge. De huizen staan er naast en tegenover elkaar langs enen met steenen bevloerde straat, hetwelk men op geen ander dorp in den omtrek aantreft, waardoor dan ook het gevoelen bevestigd wordt, dat Beest oorspronkelijk tot een stad aangelegd is.
Men heeft in Beest een veer over de Linge. Er staat een oud Slot Wolfswaard (het Lage Huis aan de Wiel). Vroeger stond er nog een Slot, het huis te Beest (of het Hoge Huis), maar dit is afgebroken. Overigens stond er vroeger ook nog buitendijks aan de Linge, dicht bij het Rumptse Veer het Blauwe Huis.
Ook in Rhenoy heeft vroeger een burcht gestaan.
Mariënwaard wat vanaf 1811 onder Beesd valt is als abdij gesticht in 1129, vanaf 1709 is het een heerlijkheid. Momenteel (2014) is het in bezit van de familie van Verschuer.

Dr. Abraham Kuyper heeft als predikant in Beest gewerkt. Over zijn leven en zijn contact met Pietje Baltus is veel geschreven.

In 1856 besluit de Raad (invnr 1549) de gemeente te verdelen in vier wijken. Het dorp Acquoy krijgt de wijkletter A, het dorp Beest krijgt de wijkletter B, het dorp Rhenoy de wijkletter R en het buurtschap Mariënwaerd krijgt de wijkletter M.
Inventarisnummer 1606 vertelt ons over de aantallen kinderen die in de periode 1838-1845 de scholen in Beesd, Rhenoy en Acquoy bezochten. Men ziet duidelijke verschillen tussen de schoolgang in de zomer en winter. Meer kinderen bezoeken de school in de winter, in de zomer moet er thuis geholpen worden.
De arme kinderen worden veelal ondersteund door de hervormde diaconie, maar ook door de graaf van Mariënwaard, rijkere Beesdse (katholieke) inwoners, de gemeente en zelfs de burgemeester!

Inventarisnummer 452 verteld ons het volgende: In 1899 waren er in de gemeente Beesd drie openbare lagere scholen, in iedere kern één. De schoolgebouwen zijn in goede staat. Er werd in dat jaar aan 279 kinderen tussen de 6 en 12 jaar onderwijs gegeven, 12 kinderen hebben geen onderwijs genoten. Aan een groot aantal van deze kinderen gaf men gratis onderwijs. Het schoolverzuim was weer verminderd ten opzichte van vorige jaren. Aan leerlingen die zich kenmerkten door vlijt en trouw schoolbezoek werden beloningen en ereblijken uitgereikt. Soms maakte men een uitstapje, enige leerlingen bezochten in 1899 Baarn en Soest.
Zestig kinderen bezochten de rooms katholieke school voor meisjes. Aan deze school is ook een bewaar-, naai- en breischool verbonden, waar 47 kinderen heen gingen. Naar de bewaar-, naai- en breischool van 't Nut voor kinderen van 2 tot 6 jaren gingen 33 kinderen.

In 1896 stelt de minister van Binnenlandse Zaken de gemeente in kennis van zijn wet d.d. 16.4.1896 (staatsblad nr. 72) om de naam van Beest in Beesd te wijzigen. In de gemeenteraad vindt een stemming plaats, 4 stemmen tegen en 2 voor. De naam van de gemeente blijft Beest! In augustus van hetzelfde jaar meldt de adjunct archivaris van Gelderland dat uit historisch oogpunt Beesd beter zou zijn dan Beest. Weer wordt het voorstel in stemming gebracht in de raad van 2 oktober 1986. Men gaat dit keer met algemene stemmen voor de naamswijziging. Beest wordt Beesd.

In de nacht van 10 op 11 maart, in het jaar 1919, werd de burgemeester van Beesd Jan Willem Hondelink koelbloedig vermoord in zijn eigen huis. Eerder die dag kwam een Utrechtse woonwagenbewoner, Simon Lorsé, naar het gemeentehuis in Beesd. Hij vroeg naar broodbonnen kwam daar niet voor in aanmerking. Toch ging hij niet meteen terug naar huis. Hij zag kans om het slot van een bovenramen van het gemeentehuis onklaar te maken. Het gemeentehuis waar de burgemeester woonde. De burgemeester moet hem en zijn twee handlangers hebben betrapt wat hij met de dood heeft moeten bekopen. In het archief is er niet direct een dossier voorhanden over deze zaak. Het blijft echter een aansprekend feit in de historie van Beesd.


Op 2 april 1937 besluit de Raad de openbare lagere school aan de Middenstraat in Beesd op te heffen (invnr. 463). Het leerlingenaantal bedraagt dan nog maar 35 leerlingen en de school is een eenmansschool. Mensen kunnen kun kinderen naar school brengen op de School met den Bijbel in Beesd en anders naar de Neutrale bijzondere school in Enspijk of op de Openbare lagere school in Rumpt. In Rhenoy en Acquoy zijn er in die tijd nog wel openbare lagere scholen, hoewel daar ook herhaaldelijk wordt gesproken over opheffing. Uiteindelijk wordt op 1 juni 1950 besloten ook deze scholen op te heffen. Men besluit dan een nieuwe openbare lagere school te stichten tussen beide dorpen in, aan de Rhenoyseweg te Rhenoy. De school krijgt de naam "De Bloeiende Betuwe".

De Rooms Katholieke Maria meisjesschool aan de Voorstraat in Beesd wordt met ingang van 1 september 1948 opgeheven. De leerlingen worden ondergebracht bij de Rooms Katholieke Antonius (jongens)school aan de Jeugdlaan (B 256, Wilhelminastraat, Kerkstraat).
In 1960 is het karakter nog steed landelijk, maar naast veeteelt, landbouw en fruitteelt heeft men ook enige industrie: een tweetal meubelfabrieken, een carosseriebedrijf en twee confectie-ateliers. Beesd ligt dan aan de snelweg A 2, Utrecht – Den Bosch. Ook zijn er twee verdienstelijke bloemkwekerijen. Eenmaal per jaar houdt met een jaarmarkt. Men veilt het fruit in de veiling van Geldermalsen.

In 1966 wil men de gemeente Beesd samenvoegen met Geldermalsen, Buurmalsen, Buren, Est en Opijnen, Waardenburg en Deil tot 1 grote gemeente van ongeveer 21000 inwoners. (invnr543). De Raad van Beesd vindt dat plan op weinig overtuigende wijze voorgedragen en wil toch eens verder onderzoek laten plaatsvinden. Het proces richting een gemeentelijke herindeling gaat natuurlijk verder. In 1969 komt men nog met een lijstje van 6 argumenten die tegen de indeling van de gemeente Beesd bij Geldermalsen pleitten. Ook tracht een actiecomité Beesd zelfstandig te houden. Bij wet van 20 april 1977 wordt toch besloten de gemeente Beesd als zelfstandige gemeente op te heffen. Zij wordt samengevoegd met Geldermalsen, Deil en Buurmalsen tot een nieuwe gemeente Geldermalsen.
Inwonersaantallen:

1930 (10 jaarlijkse volkstelling): 2606 inwoners (invnr 38)
1947 (12e volkstelling): 3010 (invnr 39)
1960 (13e volkstelling): 3229 (invnr 40)
1971 (14e volkstelling): 3635 (invnr 41)
Juli 1975: 4000 inwoners, de 4000ste is Alice van Weenen (invnr 536)

1.2 Geschiedenis van het archief
1.3 Aanwijzingen voor de gebruiker
1.4 Lijst van burgemeesters
Inventaris
Kenmerken
Datering:
1811 - 1977
Datering:
1811 - 1977
Plaats:
Beesd, Rhenoy, Acquoy
Taal:
Nederlands
Verversingsgraad:
onregelmatig
Dekking in tijd:
1811 - 1977
Omvang in meters:
54
Openbaarheid:
onbeperkt
Gemeente:
Geldermalsen
Locatie:
Beesd, Rhenoy, Acquoy
Licentie:
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS