Alle bestanden

Uw zoekacties: Archief van het Groote Bommelsche Gasthuis, 1549 - 1881
x0218 Archief van Nederlands Hervormde gemeente Tiel, 1602 - 2010
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

0218 Archief van Nederlands Hervormde gemeente Tiel, 1602 - 2010
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
Zoektips!

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

 
 
Inleiding
1.1. Geschiedenis van de hervormde gemeente Tiel
0218 Archief van Nederlands Hervormde gemeente Tiel, 1602 - 2010
1. Inleiding
1.1. Geschiedenis van de hervormde gemeente Tiel
Het oudste archiefstuk van deze gemeente dat bewaard gebleven is, is een trouwboek; aangelegd in 1603 met retroacta vanaf 1582. Dit boek is door het Rijksarchief in Gelderland in bruikleen afgestaan aan het stadsarchief Tiel (R.B.S.-bescheiden inventarisnummer 1447).
De geschiedenis van de gemeente neemt echter eerder een aanvang; voor 1580 toen de eerste predikant beroepen werd en ook voor 1578 toen de eerste Reformatorische prediking gehouden werd in de St. Maartenskerk. Het is bekend dat in 1561 en 1566 Hervormingsgezinde predikers activiteiten ontplooiden in de Eyerweerd, in Drumpt en op het kerkhof van de St. Walburgskerk te Tiel. Het aantal aanhangers van die predikers bedroeg ca. 200 personen, waaronder magistraatsleden.
In november van het jaar 1578, waarin graaf Jan van Nassau stadhouder van Gelre was geworden en de Hervorming vanaf dat moment kon rekenen op bescherming van de gewestelijke overheid, bereikte Tiel het bericht dat Deventer in Staatse handen gevallen was. Deze gelegenheid werd door de Staats- en Hervormingsgezinde factie in Tiel aangegrepen om openlijk in actie te komen. Onder leiding van de pas benoemde ambtman van Neder-Betuwe en richter van Tiel en Zandwijk, Diederich Vijgh, werd de St. Maartenskerk in bezit genomen. Weldra werd ook de oude magistraat vervangen en kon vaart gezet worden achter de Hervorming.
De eerste vaste predikant, Johannes Fockink Vredaeus, werd beroepen in 1580. Hij kwam van Mechelen. Op de Provinciale Synode in 1599 te Harderwijk werd al aangedrongen op het mogen beroepen van een tweede predikant. Deze predikant verscheen in de persoon van Alardus de Vries in 1606. De predikantstractementen werden bekostigd uit gelden die afkomstig waren van de Commandarie van de Ridderlijke Duitsche Orde Balije van Utrecht.
De magistraat van de stad Tiel poogde invloed te krijgen op het aanstellen van predikanten door te proberen het recht te krijgen een derde predikant te mogen beroepen. Dit heeft geleid tot forse geschillen tussen de kerkeraad en de magistraat in 1648 *  en in 1725 *  . Deze werden opgelost door vanaf 1655 predikanten uit naburige gemeenten te benoemen tot extra-ordinaire predikant zonder stem in de kerkeraad. Het collatierecht van de pastoor van de St. Maartenskerk werd in 1616 overgedragen aan het stadsbestuur door de Duitsche Orde Balije van Utrecht *  . De orde bleef verplicht aan het tractement van de herder bij te dragen. Het beroepen gebeurde sindsdien om en om door de kerkeraad en magistraat.
Ook op andere terreinen van het kerkelijk leven had de magistraat grote invloed. Het stadsbestuur was opperkerkmeester die de tijdelijke kerkmeesters benoemde en hun rekeningen afhoorde. De Hervormde Gemeente was met handen en voeten gebonden aan de magistraat. Voor bijna alle zaken was diens toestemming en goedkeuring nodig. Het is dan ook niet verwonderlijk dat men na de Bataafsche omwentelig leest in de acta van 6 april 1795: ".. heeft men eenstemmig vastgesteld dat men, om de vrijheid & onafhankelijkheid dezer vergadering te herstellen & te handhaven voortaan gene leden uit de magistraat, als zodanig, tot voorzittende ouderlingen verkiezen zal,... * 
Niettemin waren er in 1813 *  , 1844 *  weer conflicten over het beroepingsrecht. In 1813 was de stadsregering van mening dat de samenstelling van de kerkeraad een beroep niet toestond. In 1844 meende de magistraat weer aan de beurt te zijn. De kerkeraad bepaalde dat de magistraat de volgende keer weer een predikant mocht beroepen hoewel de kerkeraad in 1846 bestreed dat de magistraat überhaupt het recht had om te beroepen. De Hervormde Gemeente Tiel zou vrij beroep hebben en een beroep door de magistraat zou tot nadeel strekken van de kerk.
In 1795 had men zich van de bevoogding door de magistraat ontdaan; toch bracht de omwenteling, die grote gevolgen had voor het hele land, in de eerste tijd nauwelijks veranderingen mee voor de Hervormde Gemeente. De kerkeraad nam in 1795 een nieuw reglement aan, dat echter niet bewaard is gebleven, maar taken en organisatie bleven vrijwel gelijk. Dat was ook het geval in 1816 toen Willem I een nieuw reglement opstelde voor de Nederlandse Hervormde Kerk. Hoewel de invloed van de Kroon op het reilen en zeilen in de kerk toenam, werd het reglement over het algemeen zonder verzet geaccepteerd.
De "Moderne" prediking vond ook ingang in de Hervormde Gemeente in Tiel waar dominees als Van der Willigen en Junius reeds uitgesproken rationalistisch predikten. Aan verzoekschriften om orthodoxe predikanten te beroepen werd geen gehoor gegeven. Dit had twee gevolgen. In 1853 werd er een Christelijk Afgescheiden Kerk opgericht nadat al in de veertiger jaren van de vorige eeuw Afgescheidenen bijeenkomsten hadden gehouden in Tiel. Deze kerk verwierf zich echter een beperkte aanhang en is sinds 1892 aangesloten bij de Gereformeerde Kerken in Nederland. De meeste orthodoxe lidmaten sloten zich echter aan bij de Commissie tot Evangelisatie in en ten bate van de Nederlands Hervormde Kerk te Tiel; opgericht in 1888 (in 1891 omgezet in een vereniging). Ze kreeg de toestemming om predikers uit te nodigen en de St. Caeliciakapel te gebruiken. Ze nodigde Hervormde predikanten uit andere plaatsen uit en stichtte een eigen zondagsschool, kerkzaal en verenigingsgebouw. In 1909 werd een eigen predikant beroepen. Bewust had men in 1888 in de Nederlandsch Hervormde kerk willen blijven en formele banden zijn altijd blijven bestaan. Bij de uitbouw van het werk van de Vereniging tot Evangelisatie leidde de beginselquestie echter toch tot een soort van concurrentiestrijd tussen de twee groepen in de Tielse Hervormde Gemeente. Aan beide zijden sloot men zich bij landelijke organisaties aan en men zag erop toe dat zoveel mogelijk Vrijzinnig Hervormden in het kiescollege gekozen werden. Na de Eerste Wereldoorlog en rond 1937 zocht men een zekere toenadering; ten dele uit financiële overwegingen. Na de Tweede Wereldoorlog werd de predikant van de Vereniging tot Evangelisatie beroepen als derde predikant der Hervormde Gemeente *  en kwamen er ook orthodoxe ouderlingen en diakenen in de kerkeraad.
In 1951 begon de kerkeraad met het aanpassen aan de nieuwe kerkorde *  . Maatregelen die daarvoor genomen moesten worden waren o.a. uitbreiding van de kerkeraad tot min. 3x6 ambtsdragers, vorming van wijkgemeenten en verplichte aftreding van kerkeraadsleden die maximaal 12 jaar mochten blijven zitten. Ook werd het kiescollege afgeschaft. Voortaan werd er om 6 jaar door de gemeenteleden gestemd over wie de bevoegdheid kreeg om leden van de kerkeraad te kiezen: de kerkeraad of de lidmaten, evt. met een voordracht door de kerkeraad *  .
Het duurde echter nog tot 1966 voordat de overgang op de nieuwe kerkorde voltooid was. De kerkelijke commissie, die altijd een onafhankelijke koers had gevaren, verzette zich daartegen totdat ze tenslotte in 1964 *  toch overstag ging en maatregelen ging nemen om zich aan de nieuwe kerkorde aan te passen m.i.v. 1 januari 1966.
M. Sessink, 1991
1.2. De kerkeraad
1.3. De diaconie
1.4. De kerkelijke commissie
1.5. De kerkgebouwen der hervormde gemeente
1.6. Geschiedenis van de archieven
1.7. Verantwoording van de inventarisatie
1.8. Literatuur
Kenmerken
Datering:
1602 - 2010
Plaats:
Tiel
Dekking in tijd:
1602 - 2010
Taal:
Nederlands
Verversingsgraad:
onregelmatig
Omvang in meters:
21,75
Openbaarheid:
Onbeperkt
Toegangstitel:
7
Gemeente:
Tiel
Locatie:
Tiel
Licentie:
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS