Alle bestanden

Uw zoekacties: Archief van het Polderdistrict Bommelerwaard beneden de Meid...
x3066 Archief van het Polderdistrict Bommelerwaard beneden de Meidijk en inliggende dorpspolders, 1838 - 1968
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

3066 Archief van het Polderdistrict Bommelerwaard beneden de Meidijk en inliggende dorpspolders, 1838 - 1968
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
Zoektips!

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

beacon
 
 
Inleiding
1. Instelling, ontwikkeling en opheffing
3066 Archief van het Polderdistrict Bommelerwaard beneden de Meidijk en inliggende dorpspolders, 1838 - 1968
Inleiding
1.
Instelling, ontwikkeling en opheffing
Het Polderdistrict Bommelerwaard beneden de Meidijk werd ingesteld per 1 januari 1838 op basis van het op die datum ingevoerde Reglement op het Beheer der Rivierpolders in de Provincie Gelderland, kortweg het Rivierpolderreglement of RPR.1) Het gebied van het Polderdistrict, volgens het RPR een polderdistrict van de tweede klasse, werd begrensd door de zogenaamde Meidijk in het oosten, de Waaldijk in het noorden, de Nieuwendijk in het westen en de Maasdijk in het zuiden. Het gebied maakte ná 1 juli 1955 in zijn geheel onderdeel uit van de burgerlijke gemeente Brakel, daarvoor besloeg het delen van drie gemeenten: Brakel, Poederoijen en Zuilichem. Het gebied binnen de Bommelerwaardse bandijken ten oosten van de Meidijk werd in 1838 een polderdistrict van de eerste klasse: het Polderdistrict Bommelerwaard boven de Meidijk.
De naam Meidijk komt het eerst voor in de dijkbrief van graaf Reinoud II van Gelre voor Zaltbommel en de Bommelerwaard 2) van 8 december 1327. Mogelijk was de dijk kort daarvoor gereedgekomen en aangelegd op de plek waar voorheen de Meiweg liep. Menigeen heeft zich afgevraagd wat het begrip ‘mei’ nu eigenlijk inhoudt. Mogelijk is het hetzelfde als maai. Maailand is laaggelegen grasland, in droge tijden geschikt voor gemeenschappelijke begrazing of om hooi vanaf te halen. De Meidijk ligt dan op de grens van het hoger gelegen, bewoonbaar geachte land en dit lagere maailand en beveiligde aanvankelijk de Bommelerwaard aan de westzijde tegen het rivierwater. De genoemde Meidijk ligt iets ten westen van de lijn Zuilichem-Aalst. Hij verbindt de bandijken langs de Waal en Maas dáár, waar die elkaar het dichtst naderen. Later verlengde men de Waal- en Maasdijk in westelijke richting en verbond deze twee in 1478 door middel van de Nieuwendijk. Het gebied van het latere Polderdistrict Bommelerwaard beneden de Meidijk was daarmee begrensd.
Van oudsher waren in het gebied van het nieuwe Polderdistrict beneden de Meidijk verschillende waterschapsorganisaties werkzaam, die oorspronkelijk privaatrechtelijk van karakter waren, doch langzaam maar zeker waren geëvolueerd naar publiekrechte-lijke instellingen. 3) Allereerst was er de Hoge Dijkstoel van de Bommelerwaard, die verantwoordelijk was voor het toezicht op het beheer van de bandijken van de hele Bommelerwaard, behalve in die plaatsen waar zogenaamde particuliere dijkstoelen actief waren. Dat laatste was onder meer het geval in Brakel en Poederoijen. Zuilichem, dat deels beneden de Meidijk lag en deels boven de Meidijk, kende geen particuliere Dijkstoel. De meer lokale waterstaatsaangelegenheden, zoals de zorg voor het waterpeil en de afwatering, hoorden tot de competentie van de lokale organisaties van landeigenaren, de gerfdenorganisaties. Die organisaties behartigden overigens vóór de instelling van de burgerlijke gemeenten in de Bataafs-Franse tijd ook allerlei niet-waterstaatstaken.
De invoering van het RPR maakte een einde aan het bestaan van de Hoge Dijkstoel van de Bommelerwaard en aan de particuliere Dijkstoelen, dus ook die van Brakel en Poederoijen. De eerder genoemde geërfdenorganisaties, werden in het RPR ‘Polders’, ‘Polderdistricten van de derde klasse’ of ‘Dorpspolders’ genoemd. Die laatste term raakte snel ingeburgerd en vanaf 1856 werd in het RPR nog uitsluitend die aanduiding gebruikt. De Dorpspolders stonden onder toezicht van het Polderdistrict. In de Bommelerwaard beneden de Meidijk waren er aanvankelijk twee Dorpspolders: Brakel en Poederoijen. Van het gedeelte van Zuilichem dat beneden de Meidijk lag (het gebied werd ook wel De Prink genoemd) werd aanvankelijk bepaald dat het voorlopig zou worden bestuurd door de Dorpspolder Zuilichem boven de Meidijk, echter onder de nadrukkelijk bepaling dat zulks geschiedde in ondergeschiktheid aan het Polderdistrict Bommelerwaard beneden de Meidijk. 4) Een wat vreemde situatie waaraan snel een einde werd gemaakt door de eerste wijziging van het RPR in 1838. Zuilichem beneden de Meidijk werd definitief afgescheiden van Zuilichem boven de Meidijk en werd een afzonderlijke Dorpspolder. 5) Daardoor telde het Polderdistrict in totaal drie inliggende Dorpspolders.
Op 13 februari 1838 kwamen de leden van de Dijkstoel van Brakel bijeen om dit orgaan officieel op te heffen. Ze deden dit in een gecombineerde vergadering met het bestuur van de (Dorps)polder Brakel. Dijkgraaf Wilhelmus van Dam, heer van Brakel, zei in zijn toespraak bij die gelegenheid onder andere:
‘Het is niet dan onder aandoening en smart dat ik Uw Edele mijne heeren voor de laatste maal het zij als dijkheemraden van Brakel, of als regenten van den Brakelschen Polder vergadert zie!
Aan mannen die altijd, en sommigen die bijna; ja één meer dan eene halve eeuw de belangen aan hunne zorg toevertrouwd met de meeste ijver behartigden; die dikwijls blijken gaven van moed en volharding en wier bestuur altijd door regtvaardigheid en goed overleg gekenmerkt werd: aan deze hun ontslag te horen aanzeggen! dit baart mij een moeilijk uit te drukken leedgevoel - hetwelk niet weinig vermeerdert word, wanneer ik de oorzaak en de redenen na ga; en de noodwendige gevolgen van het omslagtig, moeilijk en kostbaar bestuur dat wij tegemoet gaan, als voor oogen zie.
Immers hield Brakel zich niet anders staande als door een eenvoudige en zuinige administratie? En mogt het geduurende bijna drie vierde eeuw in immer toenemende bloei en welvaren klimmen, het was gewis door eenheid en klem van bestuur - door de vereeniging en het nauw verband van de algemeene belangen met die van de hoofdgeïnteresseerden.
Want hoe toch ware het anders mogelijk geweest, om de telkens vernieuwde schuld, door inbraken en overstromingen veroorzaakt, te boven te komen, en in een tijdvak van achtentwintig jaren nagenoeg vijftig duizend guldens af te lossen. En dat (terwijl er in 1809 ¦ 35.000,-- schuld bestond) er nu slechts ¦ 9.000,-- te betalen overig blijft.
Dit alles krijgt eene heel andere rigting - de hoofdbelanghebbende word noodwendig tot eene geheel ongelijksoortige handelwijze gedwongen, door de afhankelijkheid van een Gouvernement dat onze lokaliteit -, even min als met onze omstandigheden bekend is - en er ook weinig om geeft.’ 6)
De eerste dijkgraaf van het nieuw gevormde Polderdistrict werd, ondanks zijn afwijzende houding, dezelfde W. van Dam van Brakel. Het Polderdistrict kreeg een dagelijks bestuur, Dijkstoel genoemd, bestaande uit de genoemde Dijkgraaf en twee heemraden. Het algemeen Bestuur, het Gecombineerd College, bestond daarnaast uit vier hoofdingelanden. 7) De Dorpspolders werden elk bestuurd door twee poldermeesters. Daarnaast kwamen de geërfden jaarlijks, op basis van een reglement van orde in het RPR, als geërfdendag bijeen om zaken van gezamenlijk belang te bespreken. De eerste keer werden alle bestuurders van het Polderdistrict en de Dorpspolders benoemd door de Koning. Daarna werden de leden van de Dijkstoel benoemd door de Koning op voordracht van het Gecombineerd College. De gerfden (grondeigenaren) in het district kozen (tot 1856 getrapt) de hoofdingelanden. De poldermeesters werden door Gedeputeerde Staten benoemd op voordracht door de Geërfdendag. Alle bestuurders werden voor zes jaar benoemd.
Binnen het Polderbestuur en de Dijkstoel werden voordrachten gemaakt voor de benoeming van een secretaris en ontvanger (taken die vaak gecombineerd werden in een persoon). De secretaris werd aanvankelijk door de Koning benoemd, maar sinds 1893 door Gedeputeerde Staten. De ontvanger van het District werd benoemd door het Gecombineerd College, dat daarvan Gedeputeerde Staten op de hoogte stelde.


Bij wet van 9 oktober 1841 werd de rechtsmacht van Dijkstoelen en Hoogheemraadschappen in Nederland afgeschaft. 8) Tot dan toe vormde de Dijkstoel bij de schouw een soort rechtbank, die strafmaatregelen op kon leggen bij het niet nakomen van onderhoudsverplichtingen door gedijkslaagden. In 1856 verdween het onderscheid in klassen tussen de polderdistricten.
De Dorpspolders Zuilichem beneden de Meidijk en Poederoijen kwamen in 1849 tot de conclusie dat een samengaan van beide Dorpspolders wenselijk was. Een van de redenen was dat Zuilichem beneden de Meidijk graag wilde voorzien in een goede waterlozing en dat was mogelijk door gebruik te gaan maken van de Poederoijense watermolen. De beide polderbesturen vergaderden regelmatig gezamenlijk, en men trad al naar buiten als één Dorpspolder. Het plan tot samenvoeging dat door de Polders werd ontworpen dateert echter pas van 27 februari 1850. 9) Het werd door de Provincie welwillend ontvangen en het verzoek tot samenvoeging werd uiteindelijk in 1851 door Provinciale Staten ingewilligd en bij Koninklijk Besluit goedgekeurd. 10) De Dorpspolder kreeg een bestuur bestaande uit drie poldermeesters, twee uit Poederoijen en een uit Zuilichem. Krachtens het RPR moesten de poldermeesters onderling regelen wie van hen het voorzitterschap bekleedde (voorzittend poldermeester). In 1882 kreeg ook de Dorpspolder Brakel drie poldermeesters. 11)
Ondanks de protesten van het District en de Dorpspolders leidde de wens om te komen tot schaalvergroting en bezuinigingen tot het besluit van Provinciale Staten om de beide Dorpspolders binnen het Polderdistrict per 1 juli 1934 op te heffen. Het district werd met ingang van diezelfde datum wel verdeeld in twee afdelingen, waarvan de grenzen overeenkwamen met die van de voormalige Dorpspolders. De afdelingen kenden een gescheiden financieel beheer. 12)
Het Rivierpolderreglement bleef in werking tot het in 1958 werd vervangen door het Reglement voor de Polderdistricten. Hiermee kwam een einde aan de tot dan toe gevolgde praktijk van het zoveel mogelijk opnemen van alle bepalingen voor alle Gelderse Waterschappen in één regelement. Door het wegvallen van de politiebepalingen van het RPR, moest het Polderdistrict een Algemene Keur voor het Polderdistrict Bommelerwaard beneden de Meidijk vaststellen. 13) Het slecht voldoende Reglement voor de Polderdistricten werd in 1962 vervangen door het Gelders Waterschapsreglement. 14)
In de jaren zestig bleek dat in het gebied van het Polderdistrict Bommelerwaard beneden de Meidijk en de Buitenpolder het Munnikenland dijkverzwaring en ruilverkaveling hoogst noodzakelijk waren. De financiële draagkracht en de technische kennis schoten daarvoor echter tekort bij de beide, beneden-Meidijkse waterschappen. Gezien het belang dat ook de Bommelerwaard boven de Meidijk had bij betrouwbare dijken beneden de Meidijk lag samenwerking voor de hand. Die samenwerking resulteerde uiteindelijk in de samenvoeging van alle gereglementeerde waterschappen in de Bommelerwaard tot één Polderdistrict. Met ingang van 1 januari 1969 werden het Polderdistrict Bommelerwaard beneden de Meidijk, het Polderdistrict Bommelerwaard boven de Meidijk en de Buitenpolders het Munnikenland, Heerewaarden, het Eiland Nederhemert, de Polder van Alem, de Polder van Bern en de Alemsche en Drielsche Uiterwaard opgeheven en kwam het Polderdistrict Bommelerwaard tot stand. Pas veel later, met ingang van 1 januari 1979, werden de aangrenzende ongereglementeerde uiterwaarden bij dit district gevoegd. 15) Daarmee was nog geenszins een einde gekomen aan de schaalvergrotingen binnen het waterschapsbestel. Het district ging met ingang van 1 januari 1982 op in het Polderdistrict Groot Maas en Waal, dat het hele gebied beslaat tussen de Maas en de Rijn/Waal vanaf de Duitse Grens bij Millingen tot aan slot Loevestein in het uiterste westen van de Bommelerwaard.
2. Takenpakket
3. Archieven
4. Inventarisatie
5. Aanwijzigingen voor de gebruiker
Noten
1. Besluit van Provinciale Staten van 21 september 1831, goedgekeurd bij Koninklijk Besluit van 23 september 1837 (Provinciaal blad Gelderland 1837, nr. 72). Het RPR is in de loop der tijden vaak gewijzigd, maar in hoofdzaak van kracht gebleven tot in 1958. De belangrijkste wijzigingen dateren uit 1846, 1856, 1880, 1893, 1934 en 1951. Zie over de zeer moeizame totstandkoming van het RPR: J. Korf, Het tijdvak 1838 tot 1954, in: O. Moorman van Kappen, J. Korf en W.A. van Verschuer, Tieler- en Bommelerwaarden 1327 - 1977. Grepen uit de geschiedenis van 650 jaar waterstaatszorg in Tielerwaard en Bommelerwaard, Tiel/Zaltbommel 1977, p.235-428, t.a.p. p.239-249.
2. Rijksarchief Gelderland te Arnhem, Hertogelijk Archief, charterverzameling inventarisnummer 3133.
3. Zie over de verandering van privaatrechtelijk naar publiekrechtelijk en de discussie daarover: A.G. Brouwer, Proeve ten betoog der dringende behoefte van dijk- en polderzaken in Gelderland aan eene grondwettige herstelling, Zalt-Bommel 1842. A.G. Brouwer, Brief aan den Hoog Geleerden Mr. J.R. Thorbecke, ter weerlegging van Z.H. Gel's advies betrekkelijk dijk- en polderzaken, Gorinchem 1843. A.G. Brouwer, Bijdragen tot het onderzoek naar de regtsbeginselen omtrent dijk- en polderzaken, Gorinchem 1843. J.R. Thorbecke, Brief aan een lid der Staten van Gelderland, over de magt der Provinciale Staten uit art. 220 der Grondwet, Leiden 1843. Zie ook: J. Korf, a.w., p.239-240, 259-272.
4. Koninklijk Besluit van 2 december 1837 (Provinciaal Blad van Gelderland, nr. 90 van 15 december 1837).
5. Koninklijk Besluit van 22 september 1838 (Provinciaal Blad van Gelderland, nr. 96 van 12 oktober 1838). Zie ook: J. Korf, a.w., p.248-249.
6. Streekarchief Bommelerwaard te Zaltbommel, Archief van de Dijkstoel van Brakel (1478) 1566-1838, voorlopig inventarisnummer 3. De toespraak werd eerder gepubliceerd: G.J. Mentink, Toespraak van Wilhelmus van Dam, heer van Brakel en Rodichem, dijkgraaf van Brakel, uitgesproken op 13 februari 1838, in de gecombineerde vergadering van de buiten functie tredende Dijkstoel van Brakel en het optredende bestuur van het Polderdistrict Bommelerwaard beneden de Meidijk, in: Bijdragen en Mededelingen Gelre, LXIII(1968/1969), p.98. Mentink ging er ten onrechte van uit dat het een gecombineerde vergadering was van de Dijkstoel Brakel en de Dijkstoel of het Gecombineerd College van het nieuw opgerichte Polderdistrict.
7. In 1856 werd deze term gewijzigd in hoofdgeërfden.
8. Staatsblad 42.
9. Inventarisnummer 3066/713, gezamenlijke vergadering van 27 januari 1850. Dat men ook al in 1849 naar buiten trad alsof er al sprake was van één Dorpspolder blijkt bijvoorbeeld uit inventarisnummer 3066/934 dat toch als een soort retro-actum is geplaatst bij het archief van de Dorpspolder Poederoijen en Zuilichem beneden de Meidijk. Ook zijn er na 1849 in het notulenboek van de Dorpspolder Zuilichem geen verslagen van vergaderingen meer opgenomen. Blijkbaar werd er niet meer vergaderd buiten de gezamenlijke bijeenkomsten met de Dorpspolder Poederoijen (inventarisnummers 3066/713 en 3066/739).
10. Op het formele verzoek tot samenvoeging van 20 augustus 1850 werd door Provinciale Staten voorwaardelijk gunstig beschikt op 8 november 1850. De voorwaarden hadden te maken met de wijze van verkiezing van de drie poldermeesters van de nieuwe Dorpspolder. Nadat daarover nadere voorzieningen waren getroffen besloot Provinciale Staten op 17 juli 1851 definitief tot samenvoeging. Dat besluit werd goedgekeurd bij Koninklijk Besluit van 26 augustus 1851 (Gepubliceerd in het Provinciaal Blad van Gelderland 1851, nr. 110). Zie ook J. Korf, a.w., p.273.
11. J. Korf, a.w., p.278 en inventarisnummer 3066/563, vergadering 25 januari 1882.
12. Besluit Provinciale Staten van 18 januari 1934, goedgekeurd bij Koninklijk Besluit van 17 maart 1934 (Provinciaal Blad van Gelderland, 1934, nr. 43). Zie ook inventarisnummer 3066/86 en J. Korf, a.w., p.403-406.
13. Zie inventarisnummer 3066/88.
14. Zie inventarisnummer 3066/87.
15. K.R.M. Nijkamp, Inventaris van het archief van het Polderdistrict Bommelerwaard boven de Meidijk 1942-1968, Zaltbommel 1991 (Bommelerwaardse Bronnen 11), p.7. Zie ook inventarisnummer 3066/90.
16. M.K. Gottschalk, Stormvloeden en Rivieroverstromingen in Nederland, 3 delen, Assen 1971,1975 en Assen/Amsterdam 1977. A.M.A.J. Driessen, Watersnood tussen Maas en Waal, Overstromingsrampen in het rivierengebied tussen 1780 en 1810, Zutphen 1994 (Gelderse Historische Reeks XXII).
17. Zie bijvoorbeeld: F.C.D. Bauer, Berigten en waarnemingen betrekkelijk den watervloed in Gelderland in Januari en Februari 1861, Nijmegen/Arnhem 1863.
18. G.P. van de Ven (red.), Leefbaar laagland, Utrecht 1993.
19. Zie inventarisnummer 3066/491.
20. Zie bijvoorbeeld de inventarisnummers 3066/446 en 3066/449.
21. Rapport der inspecteurs van den waterstaat (Van der Kun, Fijnje en Conrad), naar aanleiding eener beschikking van den Minister van Binnenlandsche Zaken van den 27sten Maart 1861, nr. 123, 's-Gravenhage 1861. Aantekeningen betrekkelijk ijsbezetting en overstroomingen langs de Nederlandsche Rivieren. Bijlage nr. 5 van het Rapport der inspecteurs van den waterstaat etc., 's-Gravenhage 1862. Vervolg op het Rapport der inspecteurs van den waterstaat, 's-Gravenhage 1864.
22. M.C.E. Bongaerts, De scheiding van Maas en Waal onder verlegging van de uitmonding der Maas naar den Amer, Haarlem 1909.
23. Zie de inventarisnummers 3066/517-3066/519.
24. H.J.A. Berendsen (red.), Het landschap van de Bommelerwaard, Amsterdam/Utrecht 1986 (Nederlandse Geografische Studies 10), p.139.
25. J. Korf, a.w., p.250-251.
26. Zie inventarisnummer 3066/144.
27. De naam van het voormalige gemeentehuis van Brakel.
28. Streekarchief Bommelerwaard te Zaltbommel, Archief van het Polderdistrict Bommelerwaard 1969-1981, voorlopig inventarisnummer 47.
29. Zie inventarisnummer 3066/144.
30. Volgens de tweede druk.
31. Zie inventarisnummer 3066/143. Hoewel niet gedateerd, weten we op grond van een brief van 28 januari 1892 dat de inventaris in 1892 is opgemaakt (inventarisnummer 3066/53). Van der Helm was op dat moment burgemeester van Batenburg. Het archief werd ter bewerking naar Batenburg gezonden.
32. H. van der Werff, Inventaris van de archieven van de Dijkstoelen Brakel en Poederoijen, z.pl. 1932 (getypt).
33. Zie de lijsten van functionarissen, die als bijlage bij deze inleiding zijn opgenomen.
34. J. den Draak m.m.v. A. Houtkoop en F.F.J.M. Geraedts, Het archief van de familie Van Dam van Brakel (1307-1379), 1381-1959, Arnhem 1989 (Gelderse inventarissenreeks 27). Bijvoorbeeld de inventarisnummer 387, 657, 678, 680 en 682 bestaan zeker grotendeels uit stukken die thuishoren in de hier beschreven archieven.
35 Polderdistrict 6,20 meter, Dorpspolder Brakel 0,84 meter, Dorpspolder Poederoijen 0,12 meter, Dorpspolder Zuilichem beneden de Meidijk 0,12 meter en Dorpspolder Poederoijen en Zuilichem beneden de Meidijk 1,12 meter.
36. Zie de inventarisnummers 3066/11 en 3066/91.
37. Zie de inventarisnummer 3066/123, 3066/379 en 3066/414.
38. Zie inventarisnummer 3066/581.
39. Zie het verslag van de Studiedag Inventarisatie van Waterschapsarchieven van 24 maart 1983, in: Nederlands Archievenblad 87(1983)4, p.339-363. Het schema is opgenomen op p.360-361.
40. K.R.M. Nijkamp, a.w., p.14.
41. Bij de vernietiging werd gebruik gemaakt van de Lijst van voor vernietiging in aanmerking komende bescheiden uit de archieven van de organen van waterschappen dagtekenende van ná 1850, zoals vastgesteld bij beschikking van de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur en de Minister van Verkeer en Waterstaat a.i. van 16 juli 1984 en van de Lijst van voor vernietiging in aanmerking komende archiefbescheiden van waterschappen van na 1935, goedgekeurd bij ministeriële beschikking van 18 januari 1993. Er zijn twee 'Verklaringen van vernietiging' opgemaakt, die berusten in het archief van het Streekarchief Bommelerwaard (dossier 2.12/3066).
Literatuur
Exemplaren van alle in deze lijst genoemde werken bevinden zich in de bibliotheek van het Streekarchief Bommelerwaard.
Aa, A.J. v.d., Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden, 14 delen, Gorinchem 1839-1851.
Bauer, F.C.D., Berigten en waarnemingen betrekkelijk den watervloed in Gelderland in Januari en Februari 1861, Nijmegen/Arnhem 1863.
Beekman, A.A., Het dijk- en waterschapsrecht der Nederlanden, 2 delen, 's Gravenhage 1905, 1907.
Berendsen (red.), H.J.A., Het landschap van de Bommelerwaard, Amsterdam / Utrecht 1986 (Nederlandse Geografische Studies 10).
Berendsen, H.J.A., en M.I.J.G. Cortenraad, Fysisch-Geografische streekbeschrijving No. 9: De Bommelerwaard, in: Geografisch tijdschrift, XXII(1988)nr. 3, p. 222-245.
Bongaerts, M.C.E., De scheiding van Maas en Waal onder verlegging van de uitmonding der Maas naar den Amer, Haarlem 1909.
Boonstra, J.I., Monumenten en andere bezienswaardigheden op waterstaatskundig gebied in de Bommelerwaard, in: Historische Kring Bommelerwaard (red.), Monumenten tussen de Voorn en Loevestein, Zaltbommel 1989, p.38-49.
Brouwer, A.G., Proeve ten betoog der dringende behoefte van dijk- en polderzaken in Gelderland aan eene grondwettige herstelling, Zalt-Bommel 1842.
Brouwer, A.G., Brief aan den Hoog Geleerden Mr. J.R. Thorbecke, ter weerlegging van Z.H. Gel's advies betrekkelijk dijk- en polderzaken, Gorinchem 1843.
Brouwer, A.G., Bijdragen tot het onderzoek naar de regtsbeginselen omtrent dijk- en polderzaken, Gorinchem 1843.
Bruin (red.), H.P. de, Het Gelders rivierengebied uit zijn isolement. Een halve eeuw plattelandsvernieuwing, Tiel 1988 (Gelderse Historische reeks 18).
Draak, J. den, m.m.v. A. Houtkoop en F.F.J.M. Geraedts, Het archief van de familie Van Dam van Brakel (1307-1379), 1381-1959, Arnhem 1989 (Gelderse inventarissenreeks 27).
Driessen, A.M.A.J., Watersnood tussen Maas en Waal, Overstromingsrampen in het rivierengebied tussen 1780 en 1810, Zutphen 1994 (Gelderse Historische Reeks XXII).
Fockema Andreae, S.J., Overzicht van de Nederlandse Waterschapsgeschiedenis, Leiden 1952 (Studiën over waterschapsgeschiedenis, deel VIII).
Fockema Andreae, S.J., Hoofdlijnen van waterschapsrecht. Een handleiding tot de studie van het publieke recht en het waterschapsrecht voor bestuurders en ambtenaren van waterschappen, derde druk, Alphen aan den Rijn 1956.
Goede, B. de, Gemeente en Waterschap. Theorie en practijk van hun onderlinge verhouding, Alphen aan den Rijn 1954.
Gottschalk, M.K., Stormvloeden en Rivieroverstromingen in Nederland, 3 delen, Assen 1971,1975 en Assen/Amsterdam 1977.
Heiningen, H. van, De historie van het land van Maas en Waal, Zaltbommel 1965.
Heiningen, H. van, Tussen Maas en Waal. 650 Jaar geschiedenis van mensen en water, Zutphen 1972.
Heuven, G. van, Berigten en waarnemingen betreffende den hoogen waterstand en watervloed in de maanden februarij en maart van het jaar 1876, Arnhem 1876.
Korf, J., Het tijdvak 1838 tot 1954, in: O. Moorman van Kappen, J. Korf en W.A. van Verschuer, Tieler- en Bommelerwaarden 1327 - 1977. Grepen uit de geschiedenis van 650 jaar waterstaatszorg in Tielerwaard en Bommelerwaard, Tiel/Zaltbommel 1977, p.235-428
Mentink, G.J., Toespraak van Wilhelmus van Dam, heer van Brakel en Rodinchem, dijkgraaf van Brakel, uitgesproken op 13 februari 1838, in de gecombineerde vergadering van de buiten functie tredende Dijkstoel van Brakel en het optredende bestuur van het Polderdistrict Bommelerwaard beneden de Meidijk, in: Bijdragen en Mededelingen Gelre, LXIII(1968/1969), p.98.
Nijkamp, K.R.M., Inventaris van het archief van het Polderdistrict Bommelerwaard boven de Meidijk 1942-1968, Zaltbommel 1991 (Bommelerwaardse Bronnen 11)
[Os, A. van], Eenige beschouwingen betrekkelijk den toestand van het Polderdistrict Boemelerwaard beneden den Meidijk, Gorinchem 1861.
Plandienst der provincie Gelderland, Streekplan Bommelerwaard, [Arnhem] 1949.
Pol, W. v.d., Schets van de watervloed in Gelderland, Noord-Brabant, Utrecht en Zuid-Holland in Maart 1855, Tiel 1855.
Provincie Gelderland, Gedeputeerde Staten van de, Voorschriften voor de begroting van uitgaven en ontvangsten van de rivierpolders in de provincie Gelderland, Arnhem 1948.
Quack, J.C.W., Kort verslag der werkzaamheden door de commissie van onderstand voor noodlijdenden ten gevolge van watersnood in de dorpen Brakel, Poederoijen, Zuilichem en Aalst, Dordrecht 1861.
Rapport der inspecteurs van den waterstaat (Van der Kun, Fijnje en Conrad), naar aanleiding eener beschikking van den Minister van Binnenlandsche Zaken van den 27sten Maart 1861, nr. 123, 's-Gravenhage 1861. Aantekeningen betrekkelijk ijsbezetting en overstroomingen langs de Nederlandsche Rivieren. Bijlage nr. 5 van het Rapport der inspecteurs van den waterstaat etc., 's-Gravenhage 1862. Vervolg op het Rapport der inspecteurs van den waterstaat, 's-Gravenhage 1864.
Schakel, M., Brakel, oktober 1944, in: Tussen de Voorn en Loevestein XXXI(1995)88, p.30-38).
Sloet, L.A.J.W., Bijdragen tot de kennis van Gelderland, Arnhem 1852-1855, p.492-497.
Sloet, L.A.J.W., en H.F. Fijnje, Beschrijving van den watervloed in Gelderland in Maart 1855, Arnhem 1855.
Studiedag Inventarisatie van Waterschapsarchieven, in: Nederlands Archievenblad 87(1983)4, p.339-363.
Thooft, J.G., Specimen historico-juridicum de oneribus aggerum in Gelria, Leiden 1847.
Thorbecke, J.R., Brief aan een lid der Staten van Gelderland over de magt der Provinciale Staten uit art. 220 der Grondwet, Leiden 1843.
Ulsen, W.H. van, De verzorging van de archieven der waterschappen, Alphen a/d Rijn 1943.
Unie van Waterschappen, Code voor de ordening van waterschappen, eerste druk 1937 t/m vijfde druk 1989.
Ven (red.), G.P. v.d., Leefbaar laagland, Utrecht 1993.
Vuuren (red), L. van, Rapport betreffende de uitkomsten van een welvaartsonderzoek in de Bommelerwaard, Utrecht 1941.
Werff, H. van der, Inventaris van de archieven van de Dijkstoelen Brakel en Poederoijen, z.pl. 1932 (getypt).
Bijlagen Inleiding
BIJLAGE 1: LIJSTEN VAN BESTUURDERS EN FUNCTIONARISSEN
Tenzij anders aangegeven zijn de lijsten samengesteld op basis van onderzoek in notulen, jaarrekeningen en correspondentie in de in deze inventaris beschreven archieven.
Vaak zijn de functies van secretaris en ontvanger verenigd in één persoon. Bij de Dorpspolder Poederoijen (1838-1852) en de Dorpspolder Zuilichem (1838-1852) was dat zelfs altijd het geval, zodat daar is volstaan met één lijst van secretarissen / ontvangers.
Het slechts kort waarnemen van een bepaalde functie in afwachting van de benoeming of verkiezing van een nieuwe bestuurder of functionaris is in de regel niet in de lijsten vermeld.
In de lijsten verwijst het eerste jaartal naar het jaar waarin zitting werd genomen. Soms verschilt dat van het jaar waarin men werd gekozen of benoemd. Een liggend streepje betekent 'tot en met' of 'tot in'.
-
1.1 POLDERDISTRICT BOMMELERWAARD BENEDEN DE MEIDIJK, 1838-1968
De gegevens over de Dijkgraven, heemraden, secretarissen en ontvangers zijn gebaseerd op de opgave in J. Korf, Het tijdvak 1838 tot 1954, in: O. Moorman van Kappen, J. Korf en W.A. van Verschuer, Tieler- en Bommelerwaarden 1327 - 1977. Grepen uit de geschiedenis van 650 jaar waterstaatszorg in Tielerwaard en Bommelerwaard, Tiel/Zaltbommel 1977, p.235-428, t.a.p. 427. Die opgave bleek niet altijd betrouwbaar en is hieronder dan ook verbeterd en bovendien aangevuld met de namen van de hoofdgeërfden. De plaatsvervangende heemraden en de noodheemraden zijn niet opgenomen in de lijst van heemraden.
DIJKGRAVEN
W. van Dam van Brakel 1838-1856
A. van Os 1857-1874
C. van Dalen Vervoorn 1875-1886
M. Vervoorn 1886-1917
D.W. van Dam van Brakel (sr.) 1917-1931
D.W. van Dam van Brakel (jr.) 1932-1968
HEEMRADEN
A. Vervoorn 1838-1841
J. Vervoorn 1838-1845
W. Bok 1842-1880
C. van Dalen Vervoorn 1845-1875
G. van Andel 1875-1879
C.J. Brouwers 1879-1881
J. Grandia 1881-1911
A. Bok 1881-1908
P.W. Bok 1908-1914
P. van der Veer 1911-1922
J.W. Brienen 1914-1945
J. van Baalen 1922-1933
A. van Baalen 1933-1936
C.A. Vervoorn 1936-1968
J. Brienen 1945-1968
HOOFDGEËRFDEN
J.E. Rom van Pouderoijen 1838-1840
W. Bok 1838-1842
C. Vervoorn 1838-1853
S. van Dalen 1838-1853
D.C. Viruly van Pouderoijen 1840-1860
W.C. Vervoorn 1842-1845
C. van Bijsterveld 1845-1870
G. Vervoorn 1852-1866
C. van den Bogert 1853-1881
A. van der Ven 1862-1888
S.P.J.C. van Dam van Hekendorp 1866-1879
G. Vervoorn 1870-1878
C.J. Brouwers 1878-1879, 1881-1884
G. van Andel 1879-1887
J.P.H.M.L. van Dam van Brakel 1879-1900
D.W. van Dam van Hekendorp 1884-1890
M.H. Bok 1887-1914
C.J.P. Hasselman 1889-1902
W. van Dam 1890-1914
P.D. van Dam 1900-1917
P. van der Veer 1902-1911
J. Grandia 1912-1916
R. Grandia 1914-1937
J.J. Warnsinck 1914-1926
P.W. Bok 1916-1929
A. van Wijgerden Grandia 1917-1923
D.W. van Dam van Hekendorp 1923-1946
A. van Os 1926-1956
W. Bok 1929-1956
A.J. van Brakel 1937-1959
S.P.J.Ch. Boudet van Dam 1947-1964
J. de Regt 1956-1968
B. van der Veer 1956-1959
A.J. de Geus 1960-1968
G. de Gier 1960-1963
G. Vervoorn 1963-1968
B. Giessen 1965-1968
SECRETARISSEN
J. Vervoorn 1838
A. van Os 1838-1857
J. van Andel 1857-1866
J. van Dalen 1866-1898
S. van Dalen 1898-1935
S.A. van Baalen 1936-1958
W. van den Bosch 1958-1968
ONTVANGERS
J. Vervoorn1 1838
A. van Os 1838-1857
L. van Dalen 1857-1880
J. van Dalen 1880-1898
S. van Dalen 1898-1935
A.C. van Dalen 1936-1956
J.M. Bok 1956-1958
W. van den Bosch 1958-1968
OPZICHTERS, SINDS 1959 HOOFDEN TECHNISCHE DIENST
A. van Dalen 1882-1924
F. van Dalen 1924-1953
A.A. van Dalen 1953-1968
-
1.2 DORPSPOLDER BRAKEL, 1838-1934
VOORZITTENDE POLDERMEESTERS
De namen van de voorzittende poldermeesters waren bijzonder lastig te achterhalen. Volgens het RPR mochten de poldermeesters onderling een voorzitter aanwijzen. Hun benoeming werd meestal niet vermeld in de notulen. Vaak moest dan ook geprobeerd worden hun namen (indirect) te ontlenen aan andere stukken. De begin- en eindjaartallen met betrekking tot de voorzittende poldermeesters worden hier dan ook met enige terughoudendheid gepresenteerd, aangezien de wisselingen van het voorzitterschap niet altijd precies waren te traceren.
J. Grandia 1838-1843, 1853-1861
M. Vervoorn 1843-1853
C. Vervoorn 1862-1863, 1866-1871
M. Vervoorn 1863-1865
C. Grandia 1872-1886
C.G. Vervoorn 1887-1921
J. van Baalen 1921-1922
B. van der Veer 1922-1934
POLDERMEESTERS
M. Vervoorn 1838-1853
J. Grandia 1838-1861
S. Grandia 1853-1855
C. Vervoorn 1855-1872
M. Vervoorn 1862-1866
J. Grandia 1866-1872
H.S. van Wijgerden 1872-1885
C. Grandia 1872-1886
J. Grandia 1882-1921
C.G. Vervoorn 1885-1921
C. van den Bogert 1887-1903
J. van Baalen 1903-1922
B. van der Veer 1922-1934
G.C. Vervoorn 1922-1934
C.P. van den Bogerd 1922-1934
SECRETARISSEN
G. van Leeuwen 1838
S. van Bijsterveld 1838-1871
M. Vervoorn 1872-1886
L. Ekelmans 1886-1927
A.C. van Daalen 1927-1934
ONTVANGERS
G. van Leeuwen 1838-1844
S. van Bijsterveld 1844-1871
M. Vervoorn 1872-1886
G.C. Grandia 1886-1898
A.C.T. van Daalen 1898-1924
A.C. van Daalen 1925-1934
-
1.3 DORPSPOLDER POEDEROIJEN, 1838-1851
Alhoewel het besluit tot samenvoeging met de Dorpspolder Zuilichem beneden de Meidijk in 1851 genomen werd, bleven de oude bestuurders en functionarissen aan totdat in 1852 de bestuurders en functionarissen van de nieuwe Dorpspolder Poederoijen en Zuilichem beneden de Meidijk officieel waren benoemd. De beide oude Dorpspolders hadden samen vier poldermeesters en twee secretaris-ontvangers. Een van poldermeester en de secretaris-ontvanger van Zuilichem beneden de Meidijk keerden niet meer terug. De overige poldermeesters en de secretaris-ontvanger van Poederoijen kregen dezelfde functies in de nieuwe Dorpspolder.
VOORZITTENDE POLDERMEESTERS
De namen van de voorzittende poldermeesters waren bijzonder lastig te achterhalen. Volgens het RPR mochten de poldermeesters onderling een voorzitter aanwijzen. Hun benoeming werd meestal niet vermeld in de notulen. Vaak moest dan ook geprobeerd worden hun namen (indirect) te ontlenen aan andere stukken. De begin- en eindjaartallen met betrekking tot de voorzittende poldermeesters worden hier dan ook met enige terughoudendheid gepresenteerd, aangezien de wisselingen van het voorzitterschap niet altijd precies waren te traceren.
G. van der Ven 1838-1839
W. van der Mooren 1839-1843
J.A.E. ten Hagen 1843-1849
J. van Andel 1849-1851 (1852)
POLDERMEESTERS
G. van der Ven 1838-1839
G. Bok 1838-1839
W. van der Mooren 1839-1843
J.A.E. ten Hagen 1840-1849
D. Bok 1843-1847
J. van Andel 1847-1851 (1852)
M.H. Bok 1849-1851 (1852)
SECRETARISSEN / ONTVANGERS
A. Bok 1838-1841
A. Brienen 1841-1845
D.P. Bekkers 1845-1850
S.F. Monhemius 1850-1851 (1852)
-
1.4 DORPSPOLDER ZUILICHEM BENEDEN DE MEIDIJK, 1838-1851
Zuilichem beneden de Meidijk werd vanaf de invoering van het RPR op 1-1-1838 aanvankelijk bestuurd door de Dorpspolder Zuilichem boven de Meidijk (poldermeesters J.C. Klop en L. van Brakel en secretaris-ontvanger P. Dingemans) in ondergeschiktheid aan het Polderdistrict Bommelerwaard beneden de Meidijk en werd bij Konkinklijke Besluit van 22 september 1838 een afzonderlijke Dorpspolder (zie de inleiding). De bestuurders en functionarissen van deze (nieuwe) Dorpspolder werden pas benoemd bij Konkinklijk Besluit van 10 februari 1839 (Zie voor een afschrift van dat besluit inventarisnummer 66/13). Alhoewel het besluit tot samenvoeging met de Dorpspolder Poederoijen in 1851 genomen werd, bleven de oude bestuurders en functionarissen aan totdat in 1852 de bestuurders en functionarissen van de nieuwe Dorpspolder Poederoijen en Zuilichem beneden de Meidijk officieel waren benoemd. De beide oude Dorpspolders hadden samen vier poldermeesters en twee secretaris-ontvangers. Een poldermeester en de secretaris-ontvanger van Zuilichem beneden de Meidijk keerden niet meer terug. De overige poldermeesters en de secretaris-ontvanger van Poederoijen kregen dezelfde functies in de nieuwe Dorpspolder.
VOORZITTENDE POLDERMEESTERS
M. van Brakel 1839-1846
M. Vervoorn 1846-1851 (1852)
POLDERMEESTERS
M. van Brakel 1839-1846
M. Vervoorn 1839-1851 (1852)
J.C. Klop 1846-1851 (1852)
SECRETARISSEN / ONTVANGERS
J. van Wijk 1839-1845
W. van Genderen 1845-1851 (1852)
-
1.5 DORPSPOLDER POEDEROIJEN EN ZUILICHEM BENEDEN DE MEIDIJK, 1851-1934
Alhoewel het besluit tot samenvoeging tussen de Dorpspolder Poederoijen en de Dorpspolder Zuilichem beneden de Meidijk in 1851 genomen werd, bleven de oude bestuurders en functionarissen aan totdat in 1852 de bestuurders en functionarissen van de nieuwe Dorpspolder officieel waren benoemd. De beide oude Dorpspolders hadden samen vier poldermeesters en twee secretaris-ontvangers. Een poldermeester en de secretaris-ontvanger van Zuilichem beneden de Meidijk keerden niet meer terug. De overige poldermeesters en de secretaris-ontvanger van Poederoijen kregen dezelfde functies in de nieuwe Dorpspolder Poederoijen en Zuilichem beneden de Meidijk.
VOORZITTENDE POLDERMEESTERS
De namen van de voorzittende poldermeesters waren bijzonder lastig te achterhalen. Volgens het RPR mochten de poldermeesters onderling een voorzitter aanwijzen. Hun benoeming werd meestal niet vermeld in de notulen. Vaak moest dan ook geprobeerd worden hun namen (indirect) te ontlenen aan andere stukken. De begin- en eindjaartallen met betrekking tot de voorzittende poldermeesters worden hier dan ook met enige terughoudendheid gepresenteerd, aangezien de wisselingen van het voorzitterschap niet altijd precies waren te traceren.
J. van Andel 1851 (1852)-1857
J. Brienen 1857-1895
J.G.N. Hasselman 1895-1912
C.H. Bok 1912-1929
A. Hasselman 1929-1934
POLDERMEESTERS
M.H. Bok 1851 (1852)-1853
J. van Andel 1851 (1852)-1857
J.C. Klop 1851 (1852)-1869
G. van der Ven 1853-1871
J. Brienen 1857-1895
M. Ruijmschoot 1869-1875
G. van Andel 1871-1875
A. Bok 1875-1881
W. van Brakel 1875-1907
J.G.N. Hasselman 1875-1911
P.W. Bok 1895-1908
M. van Brakel 1908-1934
C.H. Bok 1909-1929
J. Hasselman 1911-1912
A. Hasselman 1912-1934
J.G.N. Hasselman 1929-1934
SECRETARISSEN
S.F. Monhemius 1851 (1852)-1899
S.F. Monhemius jr. 1899-1911
J.W. Brienen 1911-1914
H. van Westreenen 1915-1934
ONTVANGERS
S.F. Monhemius 1851 (1852)-1899
S.F. Monhemius jr. 1899-1911
G.A. Jansen Bok 1911-1934
-
BIJLAGE 2: OVERZiCHT WET- EN REGELEGEVING
Exemplaren van alle in deze lijst genoemde Staatsbladen en Provinciale Bladen bevinden zich in de bibliotheek van het Streekarchief Bommelerwaard.
LANDELIJK
Wet van 12 juli 1855, tot voorloopige voorzieningen in sommige waterstaatsbelangen (Staatsblad 102).
Wet van 10 november 1900, houdende algemeene regels omtrent het waterschapsbestuur (Staatsblad 176).
PROVINCIAAL
Reglement op het Beheer der Rivierpolders in de Provincie Gelderland (kortweg het Rivierpolderreglement of RPR). Vastgesteld bij besluit van Provinciale Staten van 21-9-1831 en goedgekeurd bij Koninklijk Besluit van 23-9-1837. Gepubliceerd in het Provinciaal Blad van Gelderland, 1837, nummer 72.
De belangrijkste wijzigingen van dit reglement:
-1846 Vastgesteld bij de besluiten van Provinciale Staten van 9-7-1844, 11-7-1844 en 8-1-1846 en goedgekeurd bij Koninklijk Besluit van 4-2-1846. Gepubliceerd in het Provinciaal Blad van Gelderland 1846, nummer 30.
- 1856 Vastgesteld bij de besluiten van Provinciale Staten van 29-3-1856 en 7-7-1856 en goedgekeurd bij Koninklijk Besluit van 4-9-1856. Gepubliceerd in het Provinciaal Blad van Gelderland 1856, nummer 89.
- 1880 Vastgesteld bij besluit van Provinciale Staten van 17-5-1879 en goedgekeurd bij Koninklijk Besluit van 24-8-1880. Gepubliceerd in het Provinciaal Blad van Gelderland 1880, nummer 82.
- 1893 Vastgesteld bij besluit van Provinciale Staten van 24-11-1892 en goedgekeurd bij Koninklijk Besluit van 24-4-1893. Gepubliceerd in het Provinciaal Blad van Gelderland 1893, nummer 74.
- 1934 Vastgesteld bij besluit van Provinciale Staten van 17-1-1934 en goedgekeurd bij Koninklijk Besluit van 29-3-1934. Gepubliceerd in het Provinciaal Blad van Gelderland 1934, nummer 52.
- 1951 Vastgesteld bij besluit van Provinciale Staten van 29-6-1951 en goedgekeurd bij Koninklijk Besluit van 28-8-1951. Gepubliceerd in het Provinciaal Blad van Gelderland 1951, nummer 74.
Reglement voor de Polderdistricten. Vastgesteld bij besluit van Provinciale Staten van 1-4-1957 en goedgekeurd bij Koninklijk Besluit van 17-2-1958. Gepubliceerd in het Provinciaal Blad van Gelderland 1958, nummer 30.
Gelders Waterschapsreglement. Vastgesteld bij besluit van Provinciale Staten van 8-5-1962 en goedgekeurd bij Koninklijk Besluit van 1-8-1962. Gepubliceerd in het Provinciaal Blad van Gelderland 1962, nummer 65.
Verordening, betreffende de oprichting, gebiedswijziging, opheffing en samenwerking van waterschappen (Verordening Gelderse waterschappen). Vastgesteld bij besluit van Provinciale Staten van 29-7-1932 en goedgekeurd bij Koninklijk Besluit van 29-3-1934. Gepubliceerd in het Provinciaal Blad van Gelderland 1934, nummer 53. Gewijzigd bij besluit van Provinciale Staten van 14-8-1950, goedgekeurd bij Koninklijk Besluit van 11-10-1950. Gepubliceerd in het Provinciaal Blad van Gelderland 1950, nummer 64.
Kenmerken
Datering:
1838 - 1968
Plaats:
Zaltbommel
Taal:
Nederlands
Dekking in tijd:
1838 - 1968
Verversingsgraad:
onregelmatig
Omvang in meters:
9,37
Gemeente:
Zaltbommel
Locatie:
Zaltbommel
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS