Alle bestanden

Uw zoekacties: Archief van het Groote Bommelsche Gasthuis, 1549 - 1881
x3026 Archief van het Groote Bommelsche Gasthuis, 1549 - 1881
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

3026 Archief van het Groote Bommelsche Gasthuis, 1549 - 1881
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
 
Inleiding
1. Geschiedenis
2. Inrichting van het bestuur
sluiten
3026 Archief van het Groote Bommelsche Gasthuis, 1549 - 1881
Inleiding
2. Inrichting van het bestuur
In het register van thijnsen en renten uit 1549 6) treffen we de namen aan van twee gasthuismeesters. Vermoedelijk heeft het Gasthuis vanaf het begin een gasthuismeester gehad, getuige een vermelding in het necrologium van de St. Maartenskerk 7) van het overlijden van een ‘..provisor hospitalis..’. De gasthuismeester werd aangesteld door het stadsbestuur, dat zodoende enige controle kreeg over de sociale zorg. Zijn voornaamste taak was het toezicht over de financiën; na verloop van tijd breidde die controle zich uit tot het gehele beleid en Bestuur van het Gasthuis. Hoe groot de invloed van het stadsbestuur was blijkt uit de resolutieboeken van de magistraat en de gasthuisrekeningen. 8) Het Gasthuis was verplicht jaarlijks een rekening van haar inkomsten en uitgaven te overleggen; deze werd in het bijzijn van de gasthuismeesteren ten stadhuize afgehoord en gesloten. Verder was voor aan- en verkoop van landerijen, huizen e.d. toestemming nodig van het stadsbestuur. Dat het hier niet bij bleef, blijkt onder andere uit de gasthuisrekening van 1694 9): Het traktement van de voorzanger van de Franse (Waalse) gemeente werd betaald uit de gasthuiskas.
Eerst na 1795 komt er verandering in de bestuurssamenstelling en financiële verplichtingen. Van de acht commissarissen werden er toen vijf uit de burgerij benoemd en drie uit de leden van de Raad van de stad. Ondanks de aanstelling door het stadsbestuur gingen de leden uit de burgerij zich al vrij snel zelfstandig opstellen. In 1796 besloten zij een toelage te beëindigen, die door de magistraat aan een buiten Zaltbommel wonende weduwe was toegekend, met de argumentatie: ‘..dergelijke buitensporige en nodeloze uitgaven, welke niet anders dan tot merkelijk nadeel en ruïne van’t gasthuisfinancieën..’. 10)
In 1811 worden conform de voorschriften van de prefect en administraties van het Oude Mannen- en Vrouwenhuis, Weeshuis en Gasthuis samengevoegd. Maar direct na de Franse overheersing is dit conglomeraat weer gesplitst, en zet het Gasthuis zijn weg, met nu vijf regenten en een rentmeester, voort. Zonder dralen poogde het stadsbestuur weer vat te krijgen op de directie van het Gasthuis. Zo verzoekt het in 1815 om de jaarrekening weer ten stadhuize af te horen en te sluiten. De regenten beriepen zich op het Besluit van de Soeverein Vorst van 1814, waarin stond dat gasthuizen vrij waren van oppertoezicht, wanneer geen subsidie was ontvangen. We zien dan ook de rekening van 1816 eindigen met: ‘..aldus deze rekening afgehoord en gesloten bij regenten van het Groote Bommelsche Gasthuis binnen Bommel..’. 11). Maar hiermee was het pleit niet beslecht. Vaak gingen regenten niet in op adviezen van het stadsbestuur betreffende verkoop van landerijen of opname van krankzinnigen. Wanneer zij blijven weigeren de jaarrekening door het stadsbestuur te laten goedkeuren, zet dit college zich met artikel 93 van het stedelijk reglement schrap. Dit voorschrift, dat was goedgekeurd bij K.B. van 8 januari 1824, hield in, dat het stadsbestuur het oppertoezicht had over de zowel niet-als-wel gesubsidieerde instellingen. Na een bespreking op 3 oktober 1824 12) gaven de regenten toe, en we zien dan ook, dat de rekening van 1832 eindigt met: ‘..voorlopig goedegekeurd door regenten van het Groote Bommelsch Gasthuis..’. Achterin bevindt zich een extract uit de notulen van de Raad der stad, waaruit blijkt dat hij de rekening heeft afgehoord en gesloten. 13)
Een jaar later laaide de strijd weer op vanwege het slecht functioneren van rentmeester Thooft. Het college van regenten besloot hem tijdelijk te schorsen vanwege grove nalatigheden. De rentmeester nam hier geen genoegen mee en deed zijn beklag bij het stadsbestuur. Ondertussen was door de regenten een tijdelijke rentmeester, A. Lenshoek, benoemd. Omdat Thooft herhaaldelijk weigerde de administratie, die bij hem thuis berustte, over te dragen, gaven zij opdracht tot het laten drukken van nieuwe registers. 14) Vandaar dat in het archief over deze periode vele overlappingen optreden. 15) Het geschil loopt zo hoog op, dat op zeker moment de burgemeester in de vergadering van het college van regenten verscheen en, zich beroepend op wederom artikel 93, duidelijk maakte dat hij altijd degene was, die een rentmeester benoemde, ontsloeg en schorstte. Aardig detail hierbij is dat de rentmeester een broer van de burgemeester is. Gedeputeerde Staten moesten er zelfs aan te pas komen. In 1834 stelden zij het stadsbestuur in het gelijk; omdat de stichtingsakte ontbrak moest het gesticht worden beschouwd als een stedelijke instelling. Het gevolg was, dat de schorsing werd opgeheven en rentmeester Thooft weer aan de slag kon. 16)
In 1854 kwam een nieuwe wet tot regeling van het Armbestuur tot stand. Van der Gouw heeft aangetoond, dat deze wettelijke regeling tot grote verwarring aanleiding gaf. 17) Ook in Zaltbommel zijn de problemen met het stadsbestuur niet van de lucht. De regenten van het Gasthuis wilden zich in eerste instantie geplaatst zien onder letter 2D van die wet. Dit hield in, dat zij zichzelf zagen als bestuurders van een instelling van gemengde aard. Een vreemde keuze, want hiermee erkende de regenten dat zij waren onderworpen aan het oppertoezicht van de stad. Daarentegen stonden de gemeentebestuurders, die zolang moeite hadden gedaan deze supervisie te verkrijgen, nu plaatsing onder letter 2C voor. Dit hield in dat zij het Gasthuis zagen als een onafhankelijke instelling. Hoewel regenten zich geplaatst wilden zien onder letter 2D, voldeden zij niet aan de in de wet gestelde eis tot vaststelling of herziening van hun reglement. Door dit hardnekkig te blijven weigeren, besloten Gedeputeerde Staten in 1856 dat een rechterlijke uitspraak was geboden. Na jaren van procederen kwam men pas in 1881 tot een definitief vergelijk; toen is uitgesproken dat het Gasthuis een onafhankelijke instelling is, en als zodanig behoort te functioneren.
3. Personeel
4. Wol- en Sajetfabriek
5. Het archief
6. Aanvulling inleiding
Noten
1. C.M. de Fremery, no. 284
2. Nijhoff, deel IV oorkonden, blz. 852
3. Zie nummer 3026/33
4. Zie nummer 3026/79
5. Bayert is apart passantenverblijf, waar lijders aan besmettelijke ziekten, zoals leprozie en de pest, werden ondergebracht.
6. Zie nummer 3026/32.
7. Oud-Archief van de Stad Zaltbommel (OAZ), nummer 20/1034. Necrologium St. Maartenskerk, folio 5, (ca.) 1320.
8. OAZ, nummer 20/1, resolutieboeken magistraat van Zaltbommel, 1619 e.v.. Zie ook gasthuisrekeningen 1616 e.v. (nummers 3026/73 en verder).
9. Zie nummer 3026/106.
10. Zie nummer 3026/1.
11. Zie nummer 3026/218.
12. Zie nummer 3026/2.
13. Zie nummer 3026/234.
14. Zie nummer 3026/4.
15. Zie de nummers 3026/4 en 3026/5.
16. Zie nummer 3026/28.
17. J.L. van der Gouw, Burgerweeshuizen, in Historivnvlae, jrg. 10 (1965), pag. 56-78.
18. Zie nummer 3026/21.
19. Zie nummer 3026/73.
20. OAZ, nummer 3020/2, resoluties magistraat van Zaltbommel 1629.
21. Zie nummer 3026/145.
22. Zie nummer 3026/25.
23. Zie nummer 3026/1.
24. Zie nummer 3026/347.
25. Gelders Archief te Arnhem, Collectie Beckering-Vinckers, fiches XII.
26. Zie nummer 3026/73 en OAZ, nummer 3020/2, resoluties magistraat van Zaltbommel 1631.
27. Zie nummer 3026/30
28. Archief gecombineerd Weeshuis te Zaltbommel. Sajet is tot garen gesponnen wol.
29. Zie de nummers 3026/359 en 3026/366.
30. Zie nummer 3026/1.
31. Bij onderzoek in maart 1987 bleek op de zolder van het Gasthuis tussen de bescheiden 1900-heden nog stukken uit de 16e en 17e eeuw te zitten; deze zijn overgebracht en opgenomen in deze inventaris.
32. Zie nummer 3026/21.
33. Zie nummer 3026/19.
34. Zie nummer 3026/32 e.v. en 3026/38 e.v.
Literatuur
-
Acqouy, J.G.R.: Geschiedenis van het Groote Bommelsche Gasthuis; geschreven op verzoek van de H.H. regenten van dat gesticht, Leiden, juli 1878.
Beckering Vinckers, J.: De historische schoonheid van Zaltbommel, Heemschutserie, deel 45, Amsterdam, 1944.
Boekwijt, H. en E. van Olst, Het Groote Bommelsche Gasthuis, 2 dln., onuitgegeven scriptie, Zaltbommel 1980.

- Groot, J.H. de: Zaltbommel; stad en waard door de eeuwen heen, Zaltbommel, 1979.
Kossman-Putto, J.A.: Armen- en ziekenzorg in de noordelijke nederlanden, (Nieuwe) - Algemene Geschiedenis der Nederlanden, deel II, blz. 254-267, Haarlem, 1982.
Vermeulen, F.A.J.: De monumenten van geschiedenis en kunst in de provincie Gelderland; onderdeel van het eerste stuk: De monumenten in de Bommeler- en Tielerwaard, Den Haag, 1932.
Inventaris
Kenmerken
Datering:
1549 - 1881
Plaats:
Zaltbommel
Dekking in tijd:
1549 - 1881
Verversingsgraad:
onregelmatig
Taal:
Nederlands
Omvang in meters:
11
Gemeente:
Zaltbommel
Locatie:
Zaltbommel
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS